Meer dan muren
De eerste getypte zin. Althans toch de eerste bedoeld om opnieuw een verhaal te schrijven…
Voor het eerst zit ik in mijn ‘schrijfkamertje’ in ons nieuwe huis. Het is nu ongeveer vijf maanden geleden dat we er onze intrek namen. Het verhuizen was lastig en spannend tegelijk; het vormde de aanzet naar een nieuw hoofdstuk. Geen hoofdstuk in een boek, maar één in een mensenleven.
Links van mij zit een raam waar ik uitkijk op bomen, gras en struiken. Negen jaar lang had ik geen tuin meer. Een terras was genoeg, zei ik altijd. Maar tijdens de eerste maanden hier – toen het nog volop zomer was - merkte ik algauw dat buiten zitten in een tuin totaal anders was dan op een terras. De beleving ervan voelt intenser.
Desondanks denk ik vrijwel nog dagelijks terug aan mijn appartement. Iets wat negen jaar jouw eigen stekje is vergeet je niet zomaar. Kun je rouw voelen om een woonst?
Het is niet dat ik niet gelukkig ben. Het huis voelt ondertussen steeds meer als een thuis. Toch is er soms nog een gemis aan wat was. Mijn appartement was de eerste plek die écht van mij was. Tussen de leeftijd van 27 en 36 jaar gebeurt er best wel wat. Ik begon voor het eerst verhalen neer te schrijven, bedoeld om aan de buitenwereld te tonen. Eerst korte vertellingen, later werden mijn boeken ‘Een meisje van tachtig’ en ‘Het meeuwenlied’ gecreëerd. Ik leidde grotendeels een vrijgezellenbestaan, sporadisch eens afgewisseld met dates. Sommige van die afspraakjes vonden ook in mijn appartement plaats. Als muren konden praten…
Maar mijn plek was toen meer dan zomaar wat muren. Het voelde echt als mijn thuis. Ik kende ieder hoekje, kon ieder klein geluid er thuisbrengen. In het nieuwe huis was het weer beginnen vanaf nul. De eerste maanden bleef het maar ‘vreemd’ voelen. Ik raakte maar niet gehecht. Alsof ik er slechts tijdelijk zou wonen en dan weer terug zou keren naar het appartement. Dat het niet meteen lukte om me er thuis te voelen, maakte me ergens verdrietig.
Ondertussen sleurden Niels en ik een bureau naar boven en zetten deze neer in de derde slaapkamer, die ik al van bij het begin uitgekozen had als ‘schrijfkamer’. Maar pas nu – na 5 maanden – schrijf ik voor het eerst in deze kamer. Ik leek wel enkele maanden geblokkeerd te zijn in mijn schrijven. Alsof het een gevolg was van al die nieuwigheden in mijn leven. Achter mij staat een boekenrek en nog enkele onuitgepakte dozen, als stille restanten van de verhuis.
Ik hoor beneden de poort opengaan. Naast me door het raam zie ik de bomen waaien in de wind. Enkele verdwaalde bladeren zweven door de lucht. In het huis heerst een rust.